Kopjesbekermos - Cladonia fimbriata


Het kopjesbekermos is een korstmos uit het geslacht Cladonia. Hij groeit op steen, op bomen, op hout en op de grond. De grondschubben zijn vrij klein met een witte onderkant. Het leeft in symbiose met de alg Trebouxioid.
Determinatie
De holle, ongeveer 2 cm lange, lichtgrijze tot licht groenige stelen (podetiën) van het korstmos vrij plotseling in bokaal- tot trechtervormige bekers kunnen eindigen. De bekers zijn tot ongeveer 4 mm breed en opvallend regelmatig van vorm. De bekers zijn grijsgroen of grotendeels bruin aangelopen. De bekerrand is vaak voorzien van bruine tot zwarte puntvormige pycnidiën (kogelvormige "vruchtlichaampjes" waaruit ongeslachtelijke sporen worden afgegeven). Grondschubben zijn groen tot grijsgroen, meestal gedeeltelijk bruin aangelopen en vrij klein (1 × 3 mm). De onderkant van de grondschubben is wit. Zowel de stammetjes als de bekertjes zijn met fijne sorediën bedekt en wekt daardoor een melige uiterlijk.Bron: Wikipedia