Jakobskruiskruid - Jacobaea vulgaris


Jakobskruiskruid heeft meestal hoofdjes met een krans van gele straalbloempjes, in tegenstelling tot de ronde bloemhoofdjes van boerenwormkruid. In de duinen en op diverse andere plaatsen in Nederland en Vlaanderen, zoals op de Veluwe komen echter planten voor waarbij de straalbloemen ontbreken, namelijk bij de ondersoort duinkruiskruid.
De plant komt steeds meer voor in de Nederlandse en Vlaamse
wegbermen en natuurgebieden en van daaruit in de perceelranden van
weilanden, sinds 1998 in het noorden van Nederland vijfmaal zoveel. Het
is een pioniersplant
en hij verspreidt zich snel, doordat een volwassen plant 75.000 tot
200.000 vruchten kan produceren, die op open plekken in het gras of de
berm makkelijk kiemen. De 2,5–3 mm lange nootjes (vruchten) worden door het vruchtpluis
met de wind meegevoerd. Jakobskruiskruid is in bermen ook ingezaaid, doordat het voorkomt in
bermopfleurende kruidenmengsels.
Jakobskruiskruid is giftig voor de meeste zoogdieren, waaronder ook de mens, doordat het zestien verschillende alkaloïden bevat. De bloemen bevatten tweemaal zoveel gif als de bladeren. In de plant zijn PA's aanwezig in de N-oxidevorm die niet giftig is. Pas als de plant opgegeten wordt, worden deze verbindingen met name in de dunne darm omgezet in giftige, vrije alkaloïden die de lever aantasten, waarbij kleine bloedvaatjes verstopt raken ('Hepatische veno-occlusie'). Dit ziektebeeld is ook beschreven bij mensen die geregeld kruidenthee dronken van PA bevattende planten, onder andere smeerwortel.
Bron: Wikipedia
